Lucebert.html
Geboren in Amsterdam. Overleden in Bergen.
Lucebert (voluit Lubertus Jacobus Swaanswijk), bezocht in 1938 de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam die hij echter na een half jaar weer verliet. Hij bleef tekenen en gedichten schrijven. In 1948 werd zijn dichtwerk ontdekt door Kouwenaar. Lucebert maakte deel uit van de Nederlandse Experimentele Groep en later ook van Cobra. Met zijn dichtwerk nam hij deel aan de Cobra-tentoonstelling in Amsterdam in 1949, op welk moment hij uit de beweging stapte.
Hoewel hij kort en zijdelings bij de beweging betrokken raakte, werd ze voor de dichter-schilder van fundamentele betekenis. Enerzijds stimuleerde Cobra hem, en de andere experimentele dichters (Vinkenoog, Kouwenaar, Elburg, Schierbeek e.a.), om de vrijheid die zij tot dan toe tastend in de taal zochten nu in volle overtuiging ook werkelijk te kiezen; anderzijds liet zij diepe sporen na in zijn ontwikkeling als schilder.
In de jaren vijftig richtte hij zich vooral op schilderen. De mythen die hij zowel in zijn expressionistische schilderijen als in zijn gedichten creëerde, waren geent op de wereld van de mensen en staan vol literaire toespelingen. In de jaren vijftig onderging hij vele invloeden; in de jaren zestig boeide de aan de kindertekening herinnerende figuratie uit de Cobra-tijd hem. Al snel maakte die plaats voor een karikaturale, demonische visie op de wereld.
Lucebert (voluit Lubertus Jacobus Swaanswijk), bezocht in 1938 de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam die hij echter na een half jaar weer verliet. Hij bleef tekenen en gedichten schrijven. In 1948 werd zijn dichtwerk ontdekt door Kouwenaar. Lucebert maakte deel uit van de Nederlandse Experimentele Groep en later ook van Cobra. Met zijn dichtwerk nam hij deel aan de Cobra-tentoonstelling in Amsterdam in 1949, op welk moment hij uit de beweging stapte.
Hoewel hij kort en zijdelings bij de beweging betrokken raakte, werd ze voor de dichter-schilder van fundamentele betekenis. Enerzijds stimuleerde Cobra hem, en de andere experimentele dichters (Vinkenoog, Kouwenaar, Elburg, Schierbeek e.a.), om de vrijheid die zij tot dan toe tastend in de taal zochten nu in volle overtuiging ook werkelijk te kiezen; anderzijds liet zij diepe sporen na in zijn ontwikkeling als schilder.
In de jaren vijftig richtte hij zich vooral op schilderen. De mythen die hij zowel in zijn expressionistische schilderijen als in zijn gedichten creëerde, waren geent op de wereld van de mensen en staan vol literaire toespelingen. In de jaren vijftig onderging hij vele invloeden; in de jaren zestig boeide de aan de kindertekening herinnerende figuratie uit de Cobra-tijd hem. Al snel maakte die plaats voor een karikaturale, demonische visie op de wereld.


