Expositie
Jalal Alwan Schilderijen en Beelden
van 6 september t/m 10 oktober
Jalal poogt de materie uit haar slaap te wekken, de emotionele expressie eruit te halen en er nieuw leven in te blazen.
Ondanks zijn persoonlijke betrokkenheid respecteert hij de eigen aard van de materie. Hij tast de natuurlijke identiteit van de materie niet aan en houdt haar natuurlijke schoonheid intact. Hij geeft materie als hout, ijzer, textiel, steen, lood enz. de mogelijkheid om de eigen identiteit uit te drukken en uit te stralen.
Jalal maakt zijn kunstwerken niet met recreatieve doelen. Hij volgt de materie en verenigt zich met haar natuur om die vereniging daarna, in het kunstwerk, te vereeuwigen. Met zijn schuren, schaven, plakken en wijzigen, laat Jalal ondertussen ook het pijnlijke aspect zien dat aan het creatieve proces verbonden is
JalalHij veegt over de ruwe vlakken van zijn kunstwerken en voelt de stille massa met zijn versleten vingerafdrukken.
Zijn kunstwerken zijn een zoektocht naar de verloren identiteit. Een identiteit die verloren is gegaan tussen de grote hoeveelheid aan trauma’s en teleurstellingen die als een collage in de kunstenaar leven en nu vorm krijgen in het kunstwerk. Het is alsof zijn kunstwerken levende wezens zijn die net een verwoeste omgeving hebben overleefd.
Hij gebruikt de kleur van bloed, zand, goud en aardolie omdat deze de kleuren van die strijd weergeven. Die strijd die verscheurend geworden is door zojuist genoemde trauma’s en teleurstellingen. Gebouwd op de verscheurdheid van het hier en nu, wijzen zijn werken vooruit naar toekomstige branden en grote verlorenheid.
Het is dus vergelijkbaar met de beschavingsobsessie die de vrijheid en geluk van de mens heeft opgeslikt.
Jalal’s werk verwijst naar de dwang van de beschaving, een beschaving die de vrijheid en het geluk van de mens heeft aangetast. De beschaving die zich met de kleinste details van ons leven bemoeit: het bepalen van onze smaak, kleding, voeding en zelfs het vormen van onze meningen, keuzes en het geloof: dat waar we wel of niet in mogen/moeten geloven. De huidige mens zoekt in een spiegel naar zijn zelfbeeld en hij kan het niet vinden. De beschaving heeft met haar middelen onze menselijke natuur weggeveegd en heeft het gevormd zoals zij dat wil.
En zo doet de beschaving met haar object (de mens), hetzelfde als de kunstenaar met zijn object (het kunstwerk). Of is het verschil dat de kunstenaar ondanks de gewelddadige inbreuk de diepere aard van zijn object blijft respecteren? Als er dan al sprake is van sadisme geldt dat eerder voor ‘de beschaving’ als voor de kunstenaar.


